Hoofdstukken hoofdstuk

Taal: Latijn


ut = als; zoals; hoe
narrare = vertellen
quaeso = vraag ik; alsjeblieft
dimittere, dimisi = wegzenden; vrijlaten
verus = waar; juist; echt
is = hij
ea = zij
id = het
liberare = vrijlaten
stultus = dom; dwaas; gek
difficilis, -is = moeilijk; lastig
item = eveneens; ook
domum = naar huis
considere, consedi = gaan zitten
cibus = voedsel; spijs; eten
vinum = wijn
delectare = verheugen; verblijden; amuseren; vermaken
focus = haard
accedere, accessi = naderen; lopen naar
fundere, fudi = (uit)gieten; bevochtigen
spargere, sparsi = (be)sprenkelen
appellare = aanspreken; toespreken; zich richten tot; noemen
libens, -entis = graag; gewillig
donum = geschenk; cadeau; gave
votum = wens
favere+dat, favi = gunstig gezind zijn
gratia = dank
gratias agere+dat = (be)denken
postremo = ten slotte
flamma = vlam; vuur


 
 

Oefening toevoegen

Dit is een eigen methode.
Alleen trevimeisje kan oefeningen toevoegen.

Maar laat dat je niet weerhouden de lijsten te bekijken en te overhoren!
Ben je trevimeisje? Dan kun je Inloggen om je methode te bewerken of oefeningen toe te voegen.

Zoek in de oefeningen

Zoek een vragenlijst van deze methode met het volgende woord:


 

   

Offline woordjes leren? Op je telefoon of tablet? Bekijk de apps :)

Door deze site te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies voor analytische doeleinden, gepersonaliseerde inhoud en advertenties. Meer informatie.