Hoofdstukken 5622

Taal: Duits
Methodesite 5622

nederlands/duits duits woordjes 3 havo h1:

1.1
el paseo de wandeling, het ommetje
el barrio de wijk
la ruta de route
la bici, la bicicleta de fiets
la ida de heenreis
la vuelta de terugreis
el/la guía de gids
en primer lugar ten eerste
al final tenslotte
pero maar
si als
por supuesto natuurlijk
por vanwege
depende de hangt af van
la escuela de school
el banco de bank
el quiosco de kiosk
la oficina de turismo het VVV-kantoor
la tienda de winkel
el arquitecto de architect
la creación de creatie
las vacaciones de vakantie
descansar ontspannen (ww.)
relajado/-a ontspannen (bnw.)
todos los días elke dag
la opción de keuze
deportivo/-a sportief
¡que te lo pases bien! veel plezier!
un montón een heleboel
céntrico/-a centraal
práctico/-a praktisch

1.2
el vértigo de hoogtevrees
la montaña de berg
la altura de hoogte
la vista het uitzicht
el puerto de haven
el viaje de reis
el mar de zee
pensar (ie) denken
querer (ie) willen
preferir (ie) de voorkeur geven aan
contar (ue) tellen, vertellen
poder (ue) kunnen
volar (ue) vliegen
encantar heel erg leuk vinden
hay er is, er zijn
dormir (ue) slapen
tomar el sol zonnen
curioso/-a vreemd
estupendo/-a fantastisch
aburrido/-a saai
viejo/-a oud
el barrio de wijk
el lugar de plek
el edificio het gebouw
porque omdat
la tarde de middag
la estatua het standbeeld
la vuelta de terugreis
la entrada de ingang
el bocadillo het broodje
pasear wandelen


Weißt du, wo ich meinen Scooter reparieren lassen kann? = Weet jij, waar ik mijn scooter kan laten repareren?
Wieso? Hast du einen Unfall gehabt?= Hoezo? Heb je een ongeluk gehad?
Nein, aber ich hatte eine Panne. = Nee, maar ik had pech.
Brauchst du Hilfe? Ich helfe gerne. = Heb je hulp nodig? Ik help graag.
Der Motor hatte zu wenig Öl und ein Reifen ist kaputt, die Luft ist raus. = De motor had te weinig olie en een band is kapot, de lucht is eruit.
Ein Freund von mir repariert immer meinen Scooter, soll ich dir seine Nummer geben? = Een vriend van mij repareert altijd mijn scooter, moet ik je zijn nummer geven?

Guten Tag, Notrufzentrale Süd. Was ist passiert? = Goedendag, alarmcentrale zuid. Wat is er gebeurd?
Ein Unfall in der Lindenstraße. Dabei ist Benzin ausgelaufen und ein Auto brennt. = Een ongeluk in de Lindenstraße. Daarbij is er benzine gelekt en een auto staat in brand.
Gibt es Verletzte? = Zijn er gewonden?
Ja, ich konnte eine Frau aus dem Auto retten. Sie braucht einen Arzt. = Ja, ik kon een vrouw uit de auto redden. Ze heeft een dokter nodig.
Ich werde einen Krankenwagen und die Feuerwehr schicken. = Ik zal een ambulance en de brandweer sturen.
Okay, danke. Ist die Polizei schon unterwegs? = Oké, bedankt. Is de politie al onderweg?
Die wird auch gleich da sein! = Die is er ook zo!
Gut, ich warte hier. = Goed, ik wacht hier.

Ich habe meinen Pass verloren. = Ik ben mijn paspoort verloren.
Achten Sie dann bitte darauf, dass Sie direkt zur Polizei gehen. = Let er dan alstublieft op dat u direct naar de politie gaat.
Stimmt es, dass man hier seinen Pass immer dabeihaben muss? = Klopt het dat je hier je paspoort altijd bij je moet hebben?
Ja, sonst riskiert man sogar eine Geldstrafe. = Ja, anders riskeer je zelfs een boete.
Gilt das für alle? = Geldt dat voor iedereen?
Besonders für Ausländer, die ein Visum brauchen. = Vooral voor buitenlanders die een visum nodig hebben.
Ich möchte durch die Schweiz nach Italien fahren. = Ik zou graag door Zwitserland naar Italië willen rijden.
Dann wirst du die schweizerische Autobahnvignette kaufen müssen. = Dan zul je het Zwitserse Autobahnvignet moeten kopen.
Was kostet sie? = Wat kost dat?
Vierzig Schweizer Franken. = Veertig Zwitserse Franken.
Dann muss ich also noch zur Bank, um Geld zu wechseln. = Dan moet ik dus nog naar de bank om geld te wisselen.
Du kannst die Vignette in Euro bezahlen. Du kriegst aber Schweizer Franken zurück. = Je kunt het vignet met euro’s betalen. Je krijgt echter Zwitserse Franken terug.
Das finde ich unpraktisch. = Dat vind ik niet praktisch.
Oder du zahlst mit Kreditkarte. = Of je betaalt met creditcard.

de brand, het vuur = das Feuer
de liter+ = der Liter, die Liter
de politieagent+ = der Polizist, die Polizisten
de politieagente+ = die Polizistin, die Polizistinnen
het ziekenhuis+ = das Krankenhaus, die Krankenhäuser
krijgen+ = bekommen, bekommen
parkeren = parken
roepen+ = rufen, gerufen
stoppen+ = halten, gehalten
dood = tot
toegestaan = erlaubt
vol = voll
Nederlands/Duits H1.D2+3 Hilfe!:

branden = brennen
branden (vd) = gebrannt
geven = geben
geven (vd) = gegeben
helpen = helfen
helpen (vd) = geholfen
kosten = kosten
letten op = achten auf
redden = retten
repareren = reparieren
sturen = schicken
verliezen = verlieren
verliezen (vd) = verloren
wisselen = wechseln
kapot = kaputt
naar de politie = zur Polizei
de ambulance + = der Krankenwagen, die Krankenwagen
de band + = der Reifen, die Reifen
de bank + = die Bank, die Banken
de benzine = das Benzin
de boete = die Geldstrafe
de brandweer = die Feuerwehr
de buitenlander + = der Ausländer, die Ausländer
de creditcard + = die Kreditkarte, die Kreditkarten
de dokter + = der Arzt, die Ärzte
de euro = der Euro
de Zwitserse frank + = der Franken, die Franken
de gewonde + = der Verletzte, die Verletzten
de hulp = die Hilfe
de lucht = die Luft
de motor + = der Motor, die Motoren
het nummer + = die Nummer, die Nummern
de olie = das Öl
het ongeluk + = der Unfall, die Unfälle
het paspoort + = der Pass, die Pässe
de pech = die Panne
de politie = die Polizei
het visum = das Visum
het adres+ = die Adresse, die Adressen
de ansichtkaart+ = die Ansichtkarte, die Ansichtkarten
het bericht+ = die Nachricht, die Nachrichten
de brief+ = der Brief, die Briefe
het buitenland = das Ausland
de cent+ = der Cent, die Cents
de computer+ = der Computer, die Computer
het formulier+ = das Formular, die Formulare
het internet = das Internet
de iPad+ = das iPad, die iPads
de iPhone+ = das iPhone, die iPhones
de laptop+ = der Laptop, die Laptops



engels woordjes:
Engels/Nederlands Stepping Stones 3 havo chapter 1.D:

blush = blozen
come across = indruk maken
charming = charmant
describe = beschrijven
dish = gerecht
exotic = exotisch
fearless = onbevreesd
fierce = fel, stoer
rather = tamelijk
seem = lijken
siblings = broers en zussen
slim = slank
unapproachable = ontoegankelijk
unreliable = onbetrouwbaar
Engels/Nederlands Stepping Stones 3 havo chapter 1.Countries&Cultures:

according to = volgens
belch = boeren
belongings = bezittingen
burp = boeren
customs = gebruiken
exchange = uitwisselen
expression = uitdrukking
obligated = verplicht
Engels/Nederlands Stepping Stones 3 havo chapter 1.C:

access = toegang
authorities = gezaghebbers
con artist = oplichter
confidence = vertrouwen
deception = bedrog
emigrate = emigreren, verhuizen naar een ander land
fraud = fraude
ignorance = onwetendheid
inspiration = inspiratie
instinctively = instinctief
persuasive = overtuigend
shady-looking = verdacht uitziende
snappy = hip, elegant
alternative = alternatief
as a matter of fact = eigenlijk, in werkelijkheid
bachelor = vrijgezel
certainly = zeker
chatterbox = kletskous
compete = concurreren
convince = overtuigen
desperate = wanhopig
disaster = ramp
environment = milieu
gorgeous = prachtig
mutual = wederzijds
on the contrary = integendeel
personality = persoonlijkheid
regardless = ongeacht
reliable = betrouwbaar
relief = opluchting
self-assured = zelfverzekerd
worthwhile = de moeite waard


 
 

Oefening toevoegen

Dit is een eigen methode.
Alleen qwertq kan oefeningen toevoegen.

Maar laat dat je niet weerhouden de lijsten te bekijken en te overhoren!
Ben je qwertq? Dan kun je Inloggen om je methode te bewerken of oefeningen toe te voegen.

Zoek in de oefeningen

Zoek een vragenlijst van deze methode met het volgende woord:


 

   

Offline woordjes leren? Op je telefoon of tablet? Bekijk de apps :)

Door deze site te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies voor analytische doeleinden, gepersonaliseerde inhoud en advertenties. Meer informatie.