Praktische Economie, deel 1
deze overhoring is meer dan vier jaar geleden ingestuurd!!
waarschijnlijk werk je met een recentere druk en wijkt jouw lijst af van de lijst hierboven.
reacties (10)
Sophie 02-04-2008 9:27 | ik wist niet dat het de bedoeling was dat je het hoofdstuk achter de 4 moest schrijven... heel slim. dus hierbij het is hoofdstuk 4: Aan het Werk. |
niels 23-06-2008 14:28 | het is alleen praktische economie van 2vwo, voor de rest alleen wat typfouten, bedankt voor de lijst |
Delina 19-01-2009 21:32 | Thankxx wel done:] |
gekkk 22-01-2009 16:27 | is dat havo 3?? |
12-11-2009 16:20 | zijn dit alle begrippen? ik ben mijn boek vergeten op school & ik heb morgen een repetitie, maar volgens mij waren er meer begrippen.  |
pikkie 11-03-2010 16:14 | hee dit is gt/havo voor klas 2 echt tof  kan ik eindelijk beginnen na al die shit. xx |
pikkie 11-03-2010 16:27 | ownee de helft staat er gwn nie in  nou dan moek maar weer een nieuwe maken  de ballen |
foutjeeeeeé 19-05-2010 19:41 | afzet = het aantal producten dat je in een bepaalde periode verkoopt arbeid (productiefactor) = het werken en denken van mensen bedrijfskolom = de weg van een product van oerproducent tot consument bedrijfskosten = de waarde van de opgeofferde middelen voor de productie brutowinst = verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs commerciële dienstverlening = productie van diensten met als doel winst te maken consumptiegoederen = worden gebruikt of verbruikt door de eindgebruiker diensten = immateriële zaken inkoopwaarde = de prijs die een ondernemer heeft betaald bij de inkoop van goederen investeren = toename van het aantal kapitaalgoederen kapitaal (productiefactor) = productiemiddelen die eerder geproduceerd zijn kapitaalgoederen = worden gebruikt voor de productie van goederen of diensten natuur (productiefactor) = alles was de natuur biedt nettowinst = verschil tussen opbrengst en kosten niet-commerciële dienstverlening = productie van diensten waarbij het doel niet is het maken van winst omzet opbrengst = aantal verkochte producten (afzet)x de prijs van de verkochte producten primaire sector = bedrijven die hun producten aan de natuur onttrekken productiefactoren = natuur, arbeid, kapitaal. dit zijn middelen waarmee geproduceerd wordt productie in enge zin = het maken van goederen en diensten, in bedrijven of door de overheid, moet voor betaald worden productie in ruime zin = het maken van goederen en diensten bedoeld voor consumptie, betaald en onbetaald. dus door bedrijven, de overheid én gezinnen quartaire sector = productie van dienstne, waarbij het doel niet is het maken van winst sectoren = groepen bedrijven secundaire sector = bedrijven in de bouwnijverheid en industrie tertiaire sector = de sector met de (commerciële) dienstverlening verlies = verschil tussen kosten en opbrengsten winst = vershcil tussen kostne en opbrengsten, vergoeding voor ondernemerschap
zijn alle woorden |
ellen 07-06-2010 12:52 | |
22-03-2013 9:43 | Hallo ik ben ._. Hoe heet jij? |