miniTeach for Android
              
 

Praktische Economie, deel 1

4 Sophie

Jaar 3 (havo/vwo)

Deel deze oefening
Ingezonden door Sophie (Maartenscollege Haren) op 02-04-2008 - 2196x bekeken. 
Waardering 4.4 (aantal stemmen: 10)
 

misschien niet helemaal goed...


Deze overhoring is meer dan vier jaar geleden ingestuurd!!
Waarschijnlijk werk je met een recentere druk en wijkt jouw boek af van de oefening hierboven.



Reacties (9)

Sophie
02-04-2008 9:27
ik wist niet dat het de bedoeling was dat je het hoofdstuk achter de 4 moest schrijven... heel slim. dus hierbij het is hoofdstuk 4: Aan het Werk.
niels
23-06-2008 14:28
het is alleen praktische economie van 2vwo, voor de rest alleen wat typfouten, bedankt voor de lijst
Delina
19-01-2009 21:32
Thankxx wel done:]
gekkk
22-01-2009 16:27
is dat havo 3??
12-11-2009 16:20
zijn dit alle begrippen?
ik ben mijn boek vergeten op school & ik heb morgen een repetitie, maar volgens mij waren er meer begrippen.
pikkie
11-03-2010 16:14
hee dit is gt/havo voor klas 2
echt tof
kan ik eindelijk beginnen na al die shit.
xx
pikkie
11-03-2010 16:27
ownee de helft staat er gwn nie in
nou dan moek maar weer een nieuwe maken
de ballen
foutjeeeeeé
19-05-2010 19:41
afzet = het aantal producten dat je in een bepaalde periode verkoopt
arbeid (productiefactor) = het werken en denken van mensen
bedrijfskolom = de weg van een product van oerproducent tot consument
bedrijfskosten = de waarde van de opgeofferde middelen voor de productie
brutowinst = verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs
commerciële dienstverlening = productie van diensten met als doel winst te maken
consumptiegoederen = worden gebruikt of verbruikt door de eindgebruiker
diensten = immateriële zaken
inkoopwaarde = de prijs die een ondernemer heeft betaald bij de inkoop van goederen
investeren = toename van het aantal kapitaalgoederen
kapitaal (productiefactor) = productiemiddelen die eerder geproduceerd zijn
kapitaalgoederen = worden gebruikt voor de productie van goederen of diensten
natuur (productiefactor) = alles was de natuur biedt
nettowinst = verschil tussen opbrengst en kosten
niet-commerciële dienstverlening = productie van diensten waarbij het doel niet is het maken van winst
omzet opbrengst = aantal verkochte producten (afzet)x de prijs van de verkochte producten
primaire sector = bedrijven die hun producten aan de natuur onttrekken
productiefactoren = natuur, arbeid, kapitaal. dit zijn middelen waarmee geproduceerd wordt
productie in enge zin = het maken van goederen en diensten, in bedrijven of door de overheid, moet voor betaald worden
productie in ruime zin = het maken van goederen en diensten bedoeld voor consumptie, betaald en onbetaald. dus door bedrijven, de overheid én gezinnen
quartaire sector = productie van dienstne, waarbij het doel niet is het maken van winst
sectoren = groepen bedrijven
secundaire sector = bedrijven in de bouwnijverheid en industrie
tertiaire sector = de sector met de (commerciële) dienstverlening
verlies = verschil tussen kosten en opbrengsten
winst = vershcil tussen kostne en opbrengsten, vergoeding voor ondernemerschap

zijn alle woorden
ellen
07-06-2010 12:52
dit is geen goede lijst de helft staat er niet in !


 

Correcties? Reageer!
Geef wel aan wat de foutjes zijn en blijf aardig.


*
very happysmilequestionwinkconfusedmore confusedsad


*

*

 

   

Offline woordjes leren? Op je telefoon of tablet? Bekijk de apps :)