Helaas is de overhoormodule niet beschikbaar. Wel kun je deze lijst overhoren via WRTS. Klik op 'Overhoren'

Anatomie en fysiologie, deel 2007

1 terreinverkenning

Jaar 1 (hbo)
 
 
Ingezonden door sjoukje17 op 01-02-2009 - 17538x bekeken. 
Waardering 6 (aantal stemmen: 4)
 


Deze overhoring is meer dan zeven jaar geleden ingestuurd. Dit was de begintijd van woordjesleren.nl!!
Waarschijnlijk werk je met een recentere uitgave en wijkt jouw boek af van de inzending hierboven.



Reacties (5)

Sharonmelati
21-05-2009 13:44
Het bovenstaande heb ik wat verder uitgewerkt voor de duidelijkheid.

Vriendelijke groeten:
Sharonmelati

Inleiding in de anatomie en fysiologie:

Het woord Anatomie betekent Ontleedkunde.
Het uit elkaar halen van in dit geval het menselijk lichaam.
Zo kun je zien waaruit het lichaam bestaat maar niet hoe het werkt.

Het meten en bepalen van functies in het lichaam en onderzoek door middel van proeven wordt fysiologie genoemd. Bijvoorbeeld:

• Het meten van bloeddruk
• Het meten van zuurstofverbruik
• Het meten van samenstelling van het bloed
• Het meten van samenstelling van de urine
• Het meten van hersenactiviteit of hartfrequentie
• Het meten van spierkracht
• Het meten van lichaamstemperatuur etc.

Bouw in verband met de functie

De bouw van het lichaamsdeel is bepalend voor de functie bijvoorbeeld:
• De hand kan grijpen doordat de duim tegenover alle vingers geplaatst kan worden.
• De voet kan niet grijpen omdat de tenen niet tegenover elkaar kunnen staan.

De functie van een lichaamsdeel is bepalend voor de bouw bijvoorbeeld:
• Beenspieren worden dikker door hardlopen
• Bovenarmspieren worden dikker door zwaar tillen
• Longinhoud en hartwand worden groter door te sporten

Het een kan niet los worden gezien van het ander.

Anatomie en fysiologie zijn wel van elkaar te onderscheiden maar niet van elkaar te scheiden.
Zonder kennis van het een is er geen inzicht in het ander.

Onderzoeksmethoden:

Inspectie: Systematisch en nauwkeurig onderzoek van de buitenkant van het lichaam bijvoorbeeld:
a) Hoe is de kleur van de huid?
b) Zijn er putjes,hobbels of knobbels?
c) Staat iemand recht of scheef?
d) Hoe beweegt iemand?
e) Is de wervelkolom recht of krom?
f) Zijn er uitwendige verwondingen of blauwe plekken te zien?

Palpatie: Met de handen het lichaam aftasten om iets over de dieper gelegen weefsels te weten te komen bijvoorbeeld:
a) Zijn er verhardingen in de weefsels te voelen?
b) Zijn de spieren slap of gespannen?
c) Hoe groot is de frequentie van de hartslag?
d) Heft een orgaan de normale afmetingen?

Percussie: Met de vingers op de buitenkant van het lichaam kloppen om uit de toonhoogte een indruk te krijgen over het onderliggende weefsel bijvoorbeeld:

a) Hoe groot is het hart?
b) Hoe ontplooien zich de longen tijdens de inademing?

Auscultatie: Luisteren met de stethoscoop naar bijvoorbeeld:
a) Hoe klinken de longen tijdens het ademen?
b) Welk geluid maakt het hart?
c) Hoe actief zijn de darmen?

Laboratoriumonderzoek:
a) Bloedonderzoek
b) Urineonderzoek
c) Speekselonderzoek
d) Zijn er ziekteverwekkers aanwezig?

Andere onderzoeksmethoden worden met apparatuur gedaan zoals:
1. Röntgen het maken van foto’s van bv: het skelet,bloedvaten,urinewegen of het darmkanaal.
Een röntgenfoto is een foto waarop bepaalde weefsels, vooral bot, zichtbaar zijn. Sommige weefsels laten de röntgenstraling volledig door, andere weefsels niet. Een röntgenfoto wordt als fotonegatief afgedrukt. Bot laat weinig straling door en wordt op een röntgenfoto wit afgebeeld, huid, spieren en lucht worden zwart afgebeeld. Een nadeel van een gewone röntgenfoto is dat spieren, zenuwen en bloedvaten niet te zien zijn. Daarom wordt er vaak contrastvloeistof gebruikt die geen stralen doorlaat. Een bloedvat met contrastmiddel erin kleurt dan wit op de foto. De gewone röntgenfoto wordt gebruikt om afbeeldingen te maken van de longen, de schedel, de wervelkolom, botbreuken en geplaatste drains of implantaten.

2. Echografie het in beeld brengen van interne organen.
Echografie is een onderzoek waarbij gebruik gemaakt wordt van geluidsgolven om te bekijken of er afwijkingen zijn in het lichaam. Deze geluidsgolven zijn voor het menselijk oor niet hoorbaar. Op de huid wordt een apparaatje geplaatst dat de geluidsgolven uitzendt. Deze geluidsgolven worden door verschillende weefsels teruggekaatst. De teruggekaatste geluidsgolven (echo's) worden door hetzelfde apparaatje weer opgevangen en door middel van een computer op een monitor in beeld gebracht.

3. CT scan het maken van een doorsnede van het lichaam.

CT staat voor Computed Tomography oftewel Computertomografisch onderzoek.
Tijdens een CT-scan worden met behulp van röntgenstralen en computerberekingen afbeeldingen van weefsels en organen gemaakt.

4. Optische sonde ingebracht via een buis
Een optische sonde of endoscoop is een flexibele staaf voorzien met een mini camera.
Met de endoscoop kunnen vrijwel alle holle organen en de grote gewrichten van binnen worden bekeken.

5. ECG( elektrocardiogram voor hartactiviteit/hartfilmpje)
Het hart is een spier die door samen te trekken het bloed het lichaam in pompt. De hartspier wordt aangezet om samen te trekken door een klein elektrisch stroompje dat het hart activeert en als een golf over de hartspier loopt. Deze elektrische stroompjes zijn niet voelbaar, maar kunnen wel aan de oppervlakte van het lichaam geregistreerd worden en omgezet worden in een signaal door een ECG-apparaat (elektrocardiograaf). Het hartfilmpje registreert de elektrische activiteit van de hartspier en wordt weergegeven in een soort grafiek op registratiepapier of op een beeldscherm.
Drie fasen
Op het hartfilmpje worden de drie verschillende fasen van de hartwerking onderscheiden: de samentrekking (depolarisatie) van de hartboezems (P-top), de samentrekking van de hartkamers (QRS-complex) en de periode waarin het hart zich weer oplaadt (repolarisatie, de T-top).
De resultaten van het ECG geven informatie over de hartfunctie, het hartritme, de grootte van het hart en de zuurstofvoorziening. Verder kan men oude of recente hartinfarcten zien en afwijkingen die veroorzaakt zijn door slecht werkende kleppen.

6. EEG( elektro-encefalogram voor hersenactiviteit)

Resultaat dat verkregen wordt op een bewegende rol papier of filmstrook met de uitslagen van een schrijfpen of – stift, toebehorend aan een instrument dat de elektrische verschijnselen die de werking van de hersenen begeleiden, optekent. De elektrische spanningschommelingen worden via elektriciteit -geleidende contactpunten ( elektroden), die op de hoofdhuis worden geplakt, naar de ingang van de meet - en registratieapparatuur, de elektro-encefalograaf, geleid. Bij normale individuen hebben deze spanningschommelingen, ook golven genoemd, bepaalde , binnen nauwe grenzen veranderende eigenschappen. Bij stoornissen van de hersenwerking kunnen deze eigenschappen gewijzigd zijn en uit deze wijzingen kan de neuroloog de aard en de omvang van de stoornis afleiden

7. EMG(elektromyogram voor spier- of zenuwactiviteit)
Een elektromyogram is een onderzoek waarbij de werking van de spieren en zenuwen worden gemeten door de zenuwen te prikkelen. Het onderzoek duurt ongeveer 15 minuten en wordt meestal verricht door een neuroloog en een laborant.

8. Arthogram (kijkje in een gewricht)
Een arthrogram is een onderzoek van de gewrichten met röntgenfoto's waarbij lucht en/of contrastmiddel in het gewricht wordt gebracht. Het doel van het onderzoek is om te bekijken of er afwijkingen zijn in het gewricht van de heup, de knie, de enkel, de schouder, de pols of de elleboog. Een arthrogram kan ook gebruikt worden om scheuren in de meniscus (die uit kraakbeen bestaat) van de knie vast te stellen.
Een arthroscopie is een kijkoperatie in een gewricht. Deze wordt uitgevoerd in de operatiezaal onder algemene anesthesie (volledige slaap) of onder locoregionale verdoving. Bij een locoregionale verdoving worden alleen de benen en een deel van het onderlichaam verdoofd via een prikje in de rug. Deze verdoving kan, afhankelijk van de gebruikte dosis, tot zes uur aanhouden.
9. MRI scan
De afkorting MRI staat voor Magnetic Resonance Imaging, Magnetische Resonantie Beeldvorming
Met behulp van een grote sterke magneet en radiogolven worden bepaalde signalen in het lichaam opgewekt, die door een antenne worden opgevangen (Er wordt dus geen röntgenstraling gebruikt).
Een computer verwerkt de signalen tot een afbeelding die op een beeldscherm bekeken kan worden. Met deze techniek kunnen makkelijk doorsneden van het lichaam of bepaalde organen worden gemaakt alsof er plakjes van zijn gesneden. De afbeeldingen kunnen ook afgedrukt worden. Het beeldscherm en de computer bevinden zich in een ruimte naast de onderzoeksruimte. Van hieruit wordt het scanapparaat bediend.
10. Lumbaalpunctie (ruggenprik)
Een lumbaalpunctie (ruggenprik) is een onderzoek waarbij wat 'liquor' uit het lichaam gehaald wordt. 'Liquor' is het vocht dat de hersenen en het ruggenmerg omringt, oftewel ruggenmergvocht.
Bij sommige ziekten verandert dat vocht van samenstelling. Bij het stellen van de diagnose kan het daarom nodig zijn dat vocht te onderzoeken in het laboratorium. Onderaan het ruggenmerg bij de lendenwervels is een soort holte met liquor. Om wat vocht af te nemen, prikt de arts tussen de lendenwervels in de rug. Bij dit onderzoek wordt dus niet in het ruggenmerg zelf geprikt.
11. Doppleronderzoek

Met behulp van geluidsgolven kunnen afbeeldingen worden gemaakt van structuren in het lichaam. In dit geval gaat het om de bloedvaten in de hals en het hoofd.
We onderscheiden daarbij:
Duplex of Doppler scan
TCD of Transcraniële Dopplersonografie

Duplex scan

Dit is een onderzoek waarbij de stroomsnelheid van het bloed in een aantal bloedvaten in de hals wordt onderzocht, om een indruk te krijgen van de bloedvoorziening van de hersenen. Tegelijkertijd kunnen die bloedvaten met een speciale techniek ook in beeld worden gebracht. Het onderzoek duurt circa 1 uur en wordt verricht door een laborant(e) van de funktie afdeling.

TCD of Transcraniële Dopplersonografie

Dit is een onderzoek waarbij de stroomsnelheid van het bloed in een aantal vaten wordt onderzocht die binnen de schedel gelegen zijn, om een indruk te krijgen van de bloedvoorziening van de hersenen. Het onderzoek duurt circa 30 minuten en wordt verricht door een laborant(e) van de funktie afdeling.
fireblok
06-01-2011 20:18
:D ik vindt het goed en intressant
  Roberto12
18-06-2012 12:29
Gemaakt met een 8,3 :D
petra
23-11-2014 23:32
ik vond het prachtig, petje af, heel leerzaam voor mij, ben tenslotte 52.
laura
26-01-2015 19:23
hallo,

ik maak een sectorwerkstuk en had een vraag over wat nou eigenlijk fysiologie is? en wat anatomie is?
graag een makkelijke uitleg want anders snap ik het alsnog niet.
 


 



 

   
Door deze site te gebruiken, ga je akkoord met het gebruik van cookies voor analytische doeleinden, gepersonaliseerde inhoud en advertenties. Meer informatie.